|
Ziektes bij katten
Hieronder worden een
paar bekende en meest voorkomende ziektes uitgelegd. Hier komen ziektes in
voor waar onze ouderdieren op zijn getest (Fiv, FeLV, HCM en PKD), maar ook
ziektes waar elke kat tegen geënt wordt (Kattenziekte en Niesziekte).
FELV
FELV (Feline Leukemie Virus) is een door (retro)virussen overgebrachte
vorm van kanker van het bloed- en immuunsysteem. Besmetting treedt op door
directe overdracht van het virus via het speeksel bij onderling likken,
blazen of bijten. Daarnaast kunnen kittens via de placenta en de moedermelk
geïnfecteerd worden. Ongeveer 40% van de geïnfecteerde katten reageert met
een effectieve afweerreactie, het virus wordt verwijderd en het dier is weer
genezen. 30% van de geïnfecteerde dieren wordt latente drager; dieren die
drager van 'slapende' virussen (meestal in het beenmerg) zijn. Deze dieren
kunnen bij verminderde weerstand of bij ziekte door andere oorzaak wel ziek
worden. In de latentietijd worden ze niet gezien als een ernstig
besmettingsgevaar voor andere katten. De laatste 30% van de katten wordt
ziek met virusuitscheiding óf kan een persisterende drager worden: hierbij
is het virus in het bloed aanwezig. Deze dieren hebben een zeer grote kans
aan het virus te overlijden. Dit zijn ook de dieren die de infectie kunnen
overbrengen, gedurende (meestal) 1 tot 16 weken nadat ze zelf zijn
geïnfecteerd.
FIV of Kattenaids
FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus) is een door (lenti)virussen
overgebrachte virusziekte.
Besmetting treedt op door directe overdracht van het virus via bijtwonden.
Dit houdt in dat vooral katers risico lopen omdat ze vaak meer territoriale
agressie vertonen. Ook het in de nek bijten bij de dekking kan overdracht
van het virus bewerkstelligen. Vooral in cattery's is dit de manier van
overdracht. Daarnaast kunnen kittens in principe via de placenta en de
moedermelk geïnfecteerd worden, dit gebeurt echter (bijna) alleen als de
moeder besmet wordt terwijl ze dragend of lacterend is.
Polycystic Kidney Disease (PKD)
PKD is een autosomaal dominante erfelijke afwijking van de nieren die
vooral voorkomt in Perzen en met Perzen verwante rassen (dus ook de britten).
De ziekte is al ruim 30 jaar bekend, maar wordt slechts sporadisch in de
veterinaire literatuur besproken. De laatste 10 jaar kreeg het pas de
slechte naam van een erfelijk, langzaam verergerend en onomkeerbaar
ziekteproces.
De ziekte laat op ongeveer zevenjarige leeftijd een nierfalen zien dat
veroorzaakt wordt door groeiende cysten (met vocht gevulde blaasjes) in de
nieren, waardoor deze enorm vergroot kunnen worden en langzamerhand het
normale nierweefsel verdringen De nieren raken hierdoor zo beschadigd dat ze
hun functie niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen. Het laat zich raden dat
de dood het gevolg is. Vanaf de geboorte zijn in beide nieren kleine cysten
waar te nemen. De cysten kunnen variëren in grootte van minder dan 1 mm tot
groter dan 1 cm. Oudere dieren hebben meestal meer en grotere cysten. Ook in
andere organen zoals de lever en de baarmoeder zijn cysten waargenomen.
Doordat de ziekte slechts langzaam voortschrijdt, zullen niet alle katten de
klinische symptomen in zodanige mate krijgen dat ze eraan sterven.
Sommige Perzische katten met ADPKD hebben levercysten en een kat die bij de
spreker bekend is, had verwijding van lymfevaten en cystenvorming in de
uterus. Katten met ADPKD kunnen al overlijden aan nierfalen voor er ontdekt
is dat er sprake is van veel cysten in de lever.
Ruwweg wordt ADPKD bij katten gekarakteriseerd door cysten waarbij door de
nier heen slechts een klein percentage van de nefrons (functionele nier
eenheid, bestaande uit glomerulus en het aansluitende tubulussysteem)
betrokken is. De grootte van de cysten neemt toe met de leeftijd. De plek
waar de cysten ontstaan, varieert. Uitzonderlijke cystenvorming, hoewel niet
karakteristiek voor specifieke nefronsgedeelten, zijn opvallend variabel.
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM)
Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een ziekte van de hartspier
waarbij de hartspier plaatselijk sterk verdikt is (vaak de linker boezem) en
daardoor minder goed kan functioneren. Symptomen kunnen zijn:
ademhalingsproblemen, stolsels in het hart door zeer slechte doorstroming
van het bloed en plotselinge dood door een ernstige hartritmestoornis of een
attaque.
Bij mensen is sinds 1952 een ziekte bekend die zich fenotypisch uit door
verdikking van de wand van de linkerboezem. Deze afwijking blijkt familiair
en wordt autosomaal dominant overgeërfd. Een mutatie is in 1989 gevonden (in
de heavy chain van het spiereiwit, beta myosine). Dit is een structureel
eiwit waarbij een enkelvoudig defect gen (afkomstig van een der ouders) al
kan leiden tot klachten.
Sedertdien zijn er 125 mutaties geïdentificeerd van 8 verschillende genen
die elk voor zich een vorm van hyperytrofe cardiomyopathie kunnen
veroorzaken.
Dus hoewel een DNA test binnen een familie vaak wel mogelijk is, is "de"
test voor HCM niet zo eenvoudig. Het bewijs dat in elk geval een gemuteerd
Beta myosine heavy chain gen cardiomyopathie veroorzaakt is geleverd door
dit gen in te brengen in transgene muizen, die dan ook HCM ontwikkelden.
Kattenziekte
Kattenziekte is wereldwijd de meest bekende infectieuze aandoening van de
kat. Het virus komt overal op de wereld voor, is zeer besmettelijk en zieke
katten gaan er bijna altijd aan dood. Het kattenziekte-virus blijft buiten
het lichaam erg lang besmettelijk, in tegenstelling tot het leukosevirus en
de virussen die niesziekte veroorzaken. Katten kunnen hierdoor op allerlei
manieren besmet raken: via de handen of schoenzolen van een bezoeker,
vlooien van een kat of de kleding van een persoon. Virussen zijn zeer klein
en met het blote oog niet te zien. Bij niet beschermende katten tast het
virus voornamelijk het maagdarmkanaal aan. Daarnaast worden ook de
lymfeklieren en het beenmerg aangetast. Hierdoor daalt de weerstand van de
kat dramatisch en krijgen andere ziekteverwekkers een kans het ziektebeeld
sterk te verergeren. meestal overlijdt de kat aan de gevolgen van deze
ziekte. Gelukkig kunnen onze katten worden ingeënt voor de kattenziekte. Dat
gebeurt 1x per jaar.
Niesziekte
Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Bij de
volwassen dieren is de ziekte meestal dodelijk en bij de jonge kat kan het
een dodelijke afloop hebben, vooral waneer door verzwakking andere
aandoeningen een kans krijgen. Niesziekte is geen ziekte die door een enkel
virus word veroorzaakt. Deze infectie van de luchtwegen word veroorzaakt
door verschillende virussen en bacteriën. De belangrijkste virussen zijn
Calicivirus (FCV) en het Rhinotracheitis-virus (FVR). De symptomen, die deze
twee virussen geven, lijken sterk op elkaar. Hierdoor is het moeilijk om te
bepalen welke van de virussen er in het spel is. Een bacterie die ook een
rol kan spelen in het niesziekte complex is Chlamydia. Bacteriële infecties
van de luchtwegen kunnen in de meeste gevallen afdoende behandeld worden met
antibiotica. Dit geld echter niet voor virusinfecties. Katten kunnen worden
gevaccineerd tegen de belangrijkste virussen die infecties van de luchtwegen
kunnen veroorzaken. Het is zeker niet zo dat een kat die tegen niesziekte is
gevaccineerd nooit meer verkouden kan worden. Wel is het zo dat een
regelmatige gevaccineerde kat beter bestand zal zijn tegen vitale infecties
van de luchtwegen. Tevens is het mogelijk tegen Chlamydia te vaccineren.
FIP
FIP (Feline Infectieuze Peritonitis) is een door coronavirussen
overgebrachte ziekte. Infectie treedt op via mond of neus, direct van kat
tot kat of via verontreinigde oppervlakken. Hoewel het virus in de omgeving
enkele weken kan overleven, wordt het goed geïnactiveerd door de meeste
huishoudelijke schoonmaakmiddelen. Coronavirussen zijn veel voorkomende
virussen, welke niet allen tot FIP leiden. De verschillende ondersoorten van
het virus noemt men stammen. Veel van deze stammen veroorzaken weinig of
geen ziekteverschijnselen. Het voorkomen van verschillende virusstammen
binnen de coronavirussen gecombineerd met het feit dat niet alle stammen
even sterk ziekteverwekkend zijn, maakt dat FIP via bloedonderzoek moeilijk
te diagnosticeren is.
Coronavirussen die FIP veroorzaken infecteren en vermeerderen zich in witte
bloedcellen (afweercellen). In reactie hierop treedt een sterke
ontstekingsreactie op. Op het ogenblik denkt men dat het FIP-virus ontstaat
door een kleine verandering in een goedaardig coronavirus.
|